Veel gestelde vragen en de antwoorden daarop

Die röntgenstraling is toch heel gevaarlijk?

De stralingbelasting waaraan onze lichamen worden blootgesteld wordt uitgedrukt in Sieverts. We ontvangen echter maar weinig straling, waardoor men de dosis in millisievert (mSv) (1 milliSievert = 0,001 Sievert) uitdrukt. In de tandheelkunde gebruiken we zo weinig straling, dat we de dosis in microsievert berekenen (1 microSievert= 0,001 mSv).

Elke dag krijgt iedereen te maken met ioniserende straling (ook wel radioactieve straling genoemd). Deze straling ontvangen wij vanuit de kosmos, de aarde en bouwmaterialen zoals gips en beton. Gewoon door in Nederland te leven ontvangt u jaarlijks gemiddeld 2,6 mSv. Dat is volgens het RIVM een van de laagste niveaus ter wereld. Ter vergelijking de jaarlijkse stralingsniveaus van andere landen: België (5,5 mSv), Duitsland (4,1 mSv), het Verenigd Koninkrijk (2,7 mSv), de VS (6,2 mSv), India (10 mSv) en Brazilië (50 mSv)

 

Hoe veel straling is dan één foto?

Een kleine röntgenfoto is ongeveer 3 microSievert (0,003 mSv).
Een panoramafoto van uw gebit (een OPT) is ongeveer 25 microSievert (0,025 mSv).

De incidentele stralingsbelasting door de foto’s bij de tandarts is dus erg gering vergeleken bij andere bronnen. Bovendien wordt slechts een zeer klein deel van uw lichaam eraan blootgesteld. Tandartsen streven er altijd naar om het aantal foto’s en scans zoveel mogelijk te beperken, maar de kwaliteit van de zorg mag daar niet onder lijden.

 

Waarom maakt de tandarts een röntgenfoto?

Er zijn veel verschillende redenen waarom een röntgenfoto belangrijk kan zijn. Enkele voorbeelden:

  • het optijd ontdekken van gaatjes
  • ontstekingen in de kaak te ontdekken of juist uit te sluiten
  • afwijkingen in de groei van het gebit in kaart te brengen
  • het beoordelen van de wortels (in geval van wortelkanaalbehandelingen of voor het trekken van een kies/tand)

Ik heb nog van die zwarte vullingen in mijn mond. Is dat schadelijk?

Zwarte vullingen (“amalgaamvullingen”) bestaan voor grofweg de helft uit zilverpoeder en de helft uit kwik. Door mengen ontstaat een soort snelhardend metaal waarmee je kiezen kunt vullen. Het is heel sterk: een zwarte vulling gaat tussen de 8 en 25 jaar mee. Bekend is dat de vullingen wat uitdijen in de loop der jaren. Ik zie regelmatig breuk van knobbels die grenzen aan amalgaamvullingen, alsof de vulling de kies uit elkaar drukt. Deskundigen betwijfelen of de vulling de oorzaak van de breuk is. De vullingen worden zwart doordat het zilver zwart uitslaat.

Kwik is een vloeibaar metaal. De damp ervan is giftig, maar in amalgaamvullingen zit het kwik gebonden. Het kwik kan pas vrijkomen als het amalgaam heet wordt, zoals bij uitboren. Ook komt door intensieve wrijving het kwik in minimale hoeveelheden aan de oppervlakte. Dat kan soms het geval zijn bij knarsers. Sporen metaal kunnen dus vrijkomen, maar die hebben geen duidelijke invloed op de gezondheid, behalve bij een specifieke allergie. Alternatieve genezers denken echter dat amalgaamvullingen allerlei ziekten kunnen veroorzaken. Die beweringen zijn echter nooit waterdicht bewezen.

Gezondheidsproblemen door het kwik kunnen eerder voorkomen bij tandartsen en hun medewerkers doordat soms bij het mengen in de tandartskamer kwikdruppeltjes vrijkomen, waardoor een ongezonde kwikdamp kan ontstaan. Tegenwoordig wordt aan de universiteiten het gebruik van amalgaam niet meer onderwezen. Ook onder oudere tandartsen is de populariteit van amalgaam flink gedaald, mede door stijgende zilverprijzen en de strengere regels bij het verwerken van kwik.

De witte composietvullingen zijn een mengsel van kunsthars en zeer fijne harde korreltjes van bijvoorbeeld keramiek. Na jarenlang onderzoek is de samenstelling zo verbeterd dat de witte vullingen bijna even duurzaam zijn als de zwarte. Dat eist van de tandarts echter wel een zorgvuldige techniek. Het aanbrengen van speciale lijm moet erg precies gebeuren en de vulling moet laagsgewijs worden aangebracht en telkens worden uitgehard met een felle lamp.

De witte vullingen gaan minimaal 6 tot 8 jaar mee. Dit impliceert dat tandartsen vaak meer dan de helft van hun tijd besteden aan het vervangen van oude restauraties.

Wat kun je doen om te zorgen dat je kind een gaaf gebit houdt?

Hoe je een gaaf gebit houdt is in Denemarken met succes uitgezocht. Het Deense plaatsje Nexø is wereldberoemd dank zij het tandenpoetsprogramma dat ze daar hebben. Terwijl in de rest van Denemarken de score van gaatjes in tanden en kiezen op 4 staat is die in Nexø slechts 1 (www.Nexødent.com). Hoe krijgen ze dat voor elkaar?

Het principe is eigenlijk tamelijk eenvoudig: 2x per dag goed poetsen met tandpasta. Maar dan wel goed poetsen. Dat betekent dat bij kinderen tot een jaar of 10 altijd de ouders of verzorgers 2x per dag moeten (na)poetsen.

Het Nexø systeem gaat in 3 stappen. Eerst krijgen de ouders en de kinderen informatie over tanden, gaatjes en poetsen. Daardoor krijgen ze meer inzicht in het ontstaan van gaatjes en het belang van tandenpoetsen met fluoridetandpasta.

Daarna krijgen ze een goede training in het op de juiste manier tandenpoetsen. Als regel poetsen de ouders de tanden van hun kinderen vóór het ontbijt (erna mag ook) en voor het slapen gaan. De borstelmethode is gebaseerd op het maken van kleine draaiende bewegingen over het kauwvlak en de zijkanten van de tanden en kiezen. Liefst niet te hard schrobben, dat doet alleen maar pijn en beschadigt het tandvlees.

De derde pilaar van het programma in Nexø is de regelmatige poetscontrole. Is er een plekje niet goed schoon, dan krijgt het kind een professionele gebitsreiniging met een draaiend borsteltje of polijstrubbertje. Zelfs kleine gaatjes kunnen op die manier stabiel blijven en hoeven dan niet te worden uitgeboord of gevuld.

Opvallend is dat de slechte invloed van snoepen niet meer zo een grote rol speelt. Algemeen is de richtlijn om niet meer dan 7 eet- of drinkmomenten per dag te hebben. Een hele maaltijd, maar ook tussendoor een snoepje, een koekje, een glaasje sap of zelfs een enkele boterham of een paar chips gelden als eetmomenten.

Mijn kind krijgt geen sealants maar zijn vriendje wel. Waarom?

Een sealant is een hermetisch afsluitend laagje kunsthars dat in de groefjes van blijvende kiezen wordt aangebracht. Door die hermetische afsluiting kunnen eventueel aanwezige bacteriën niet meer groeien en kan er dus geen cariës in het kauwvlak optreden. Sealants hoeven in principe alleen te worden aangebracht op de kiezen van kinderen met een verhoogde kans op cariës.

Sommige kinderen hebben geen sealants nodig omdat ze goed poetsen of ook niet van die heel diepe groeven in het kauwvlak hebben. Sealants kunnen alleen worden aangebracht als de kiezen nog geen gaatje hebben en als ze geheel zijn doorgebroken en kunnen worden drooggelegd.

Bij het leggen van een sealant worden de groeven eerst goed gereinigd met een borsteltje en soms met een heel klein boortje. Daarna wordt het glazuur voorbehandeld met een zure vloeistof, waarna de kunsthars erop gelijmd wordt. Het uitharden gebeurt met een lamp. Direct daarna is de sealant hard en wordt deze gepolijst. Daarna kan je ermee kauwen. Tandarts Miluska Hevinga bestudeerde in een promotieonderzoek de levensduur van kunsthars sealants. Na een periode van gemiddeld 12 jaar was bij 40% nog sprake van een volledige aanwezigheid van de sealant. Ze constateerde ook dat de sealants er eerder uitvallen bij kinderen die slecht poetsen.

Ik heb net al mijn tanden en kiezen laten trekken en heb een kunstgebit, maar dat zit van geen kant. Heeft de tandarts fouten gemaakt?

Na het trekken van alle tanden en kiezen krijgt u onmiddellijk een gebitsprothese in de mond, een zogenaamde immediaat prothese. Zodoende loopt u niet zonder tanden. De pasvorm van zo’n prothese is meestal niet goed omdat deze van tevoren is gemaakt, zonder te weten hoe uw kaken er uit zouden zien na het trekken van de gebitselementen. Het is dus een beetje op de gok gemaakt en dat kan soms minder goed uitvallen. U zult meestal een enorme overgang ervaren, van eten met eigen tanden naar eten met een niet lekker zittend kunstgebit. Afhappen gaat in het begin helemaal niet en kauwen is pijnlijk. Bovendien gaan de eerste maanden de kaken slinken doordat ze geen functie voor de tandwortels meer hoeven te vervullen. Na enkele weken gaat de prothese daardoor zo los zitten, dat we er een tijdelijke (zachte) voering in doen.

De meeste mensen die een immmediaat prothese krijgen vallen binnen enkele weken wel 5 kg af, die er later meestal weer helemaal bij komen.

Pas na ongeveer een jaar zijn de kaken stabiel geworden en kan de prothese van een definitieve harde voering worden voorzien (relining) waardoor die weer helemaal goed past. Soms is de oude prothese zo vaak bewerkt, dat het beter is om een hele nieuwe te maken. De oude gebitsprothese heeft men dan als reserve en dat kan soms heel handig zijn.

Ik ben erg bang voor de tandarts en wil een narcosebehandeling. Wat kan ik het beste doen?

Tandartsangst staat hoog in de toptien van fobiën, nog boven vliegangst, angst voor onweer en angst voor spinnen. Tandartsangst heeft een negatieve invloed op het gevoel van levensgeluk. Een narcosebehandeling is een goede oplossing als men veel gebitsproblemen heeft die veel behandelingen vergen. Een andere optie is de lachgasbehandeling, waarbij men bij bewustzijn blijft, maar door het inademen via een kapje van een mensel van zuurstof en lachgas de tandartsbehandeling heel luchtig opvat.

Jammer genoeg raakt men op beide manieren de tandartsangst niet kwijt. Bij een volgend gebitsprobleem zal de angst opnieuw toeslaan en staat u weer voor het dilemma: op de wachtlijst voor een narcose of toch maar directe behandeling met een gewone verdovingsprik?

Wat bijdraagt aan het levensgeluk is het kwijtraken van de tandartsangst. Dat kan door in een veilige omgeving stapsgewijs te wennen aan de angstaanjagende dingen van de tandarts, zonder dat de tandarts in eerste instantie iets doet aan het gebit. Soms speelt daarbij een vroegere traumatische ervaring met een tandarts ook nog een rol. De behandeling van tandartsangst kost tijd, maar geeft uiteindelijk veel voldoening. Er zijn daartoe speciaal opgeleide tandartsen en psychologen, waarnaar u verwezen kunt worden door uw eigen tandarts, tandheelkundefaculteiten van de universiteiten in Amsterdam, Groningen en Nijmegen en de Centra voor Bijzondere Tandheelkunde www.cobijt.nl .In Almere  kunt u terecht bij het CBT in het Flevozoiekenhuis.